Kledingcode

 

Identiteit is een onderdeel van het sollicitatiegesprek. De kledingstijl is daarbij ook een gespreksonderwerp. Binnen het onderwijs wordt waarde gehecht aan professionaliteit. Ieder personeelslid heeft de status als opvoeder ten opzichte van de leerlingen. Het uitgangspunt dient te zijn dat het personeelslid in alle regels die op school gelden de leerlingen heeft voor te leven. De gezagsverhouding tussen docent en leerling dient ook in de kledingstijl tot uiting te komen. Dit vraagt om professionaliteit en wordt vertaald in allerlei gedrag. De kledingstijl is daar eveneens een onderdeel van. Op de werkplek wordt hieraan invulling gegeven door een kledingcode. Een dergelijke code is voor elke branche weer anders; het bank- en verzekeringswezen is bijvoorbeeld ‘formeler’ dan de reclamewereld. Kledingvoorschriften sluiten overigens de individualiteit, eigen smaak en interesse niet uit. Concrete afspraken maken het mogelijk personeel en leerlingen aan te spreken wanneer grenzen worden opgezocht.

1. De kledingcode voor het personeel is in overeenstemming met de kledingregels voor de leerlingen (zie schoolgids, reglement voor leerlingen).

2. Directie, teamleiders en afdelingshoofden zijn representatief/formeel gekleed.

3. Tijdens de vertegenwoordiging van de school naar derden (contactavonden, ouderavonden etc.) wordt verwacht dat de heren formeel gekleed gaan door het dragen van een kostuum of combinatie. De dames zijn eveneens representatief gekleed.

4. Docenten van de vakgroep bewegingsonderwijs dragen uitsluitend tijdens de uitoefening van hun lessen functionele gymkleding. Na afloop van hun gegeven lessen kleden zij zich om. Omkleden in de pauze en voor tussentijdse vergaderingen of andere werkgerelateerde activiteiten is niet nodig.

5. Tijdens het uitoefenen van de werkzaamheden is het dragen van vrijetijdskleding niet toegestaan. De wijze van kleden is eveneens een concreet aandachtspunt, waarbij gedacht kan worden aan: overhemd over de broek hangend, meerdere knoopjes van het overhemd open, truien of shirts met allerlei opdrukken etc.

6. Tijdens sportieve activiteiten voor het personeel (bijvoorbeeld het personeelsuitje), is het toegestaan vrijetijdskleding te dragen. Het dragen van sportkleding door collega’s tijdens sportieve activiteiten is op de bepaalde locatie toegestaan.

Indien een personeelslid hiertoe aanleiding geeft, wordt deze op zijn wijze van kleden door zijn leidinggevende aangesproken.